Skip to main content

Refugee Children and Families in Europe: Integration vs. Inclusion

De humanitaire crisis, als het over de vraag gaat de (oorlogs-)vluchtelingen op te nemen en te helpen, is misschien de grootse uitdaging voor onze (westerse) maatschappijen aan het begin van dit 21ste eeuw. De vraag is veel ruimer dan wel of niet in staat zijn deze (mede-) mensen in hun ellende bij te staan en hen een onderdak te bieden.

Onze westerse democratieën moeten de vraag beantwoorden of wij nog tot de principes die ons fundament vormen willen staan, of de mensenrechten zoals in de ‘Universele Verklaring van de Rechten van de Mens’ van 10 december 1948 nog van toepassing zijn en hoe deze in de praktijk vorm krijgen. Of, om het met de woorden van Hans Van Crombrugge te zeggen: “The question: How to deal with the universal rights of (wo)men? is not the same as the question: How to do justice to the fundamental needs of (wo)men?.”

Deze uitdaging is niet in de eerste plaats een uitdaging voor politici en de instituties (de Europese Unie en de lidstaten) maar voor middenveldorganisaties en elk mens individueel.

Werken met jongeren uit de Tsjetsjeense Republiek in Het Jeugdhuis

Het Jeugdhuis van KAJ (Christelijke Arbeidersjongeren). Zoals het wezen van de KAJ eist wil ook Het Jeugdhuis een thuis voor de arbeidersjongeren van vandaag zijn of, met de termen van de sector, richt Het Jeugdhuis zich tot kwetsbare jongeren onafhankelijk van hun afkomst, ras, geboorteland, geloof, politieke of religieuze overtuigingen, sociale gewoonten, sekse, seksuele geaardheid, taal, enzovoort. Bij momenten bezochten jongeren afkomstig uit meer dan 20 verschillende landen Het Jeugdhuis.

Een belangrijke groep vormen jongeren die na 1999 de Russische invasie (met hun ouders) hun land hebben verlaten en zo in België terecht kwamen. De meeste bezoekers zijn jongeren die hier opgegroeid zijn, Nederlands spreken, een opleiding volgen of al werken.

Onze projectverantwoordelijke, Noor, van Het Jeugdhuis observeert regelmatig ‘machogedrag’ door mannelijke Tsjetsjeense jongeren. Ook weet ze uit gesprekken met Tsjetsjeense meisjes dat hun (oudere) broers verantwoordelijk zijn voor hun zusters en waken met welke jongen deze wel of dan niet contact mogen hebben of een relatie mogen aangaan.

Noor heeft het er erg moeilijk mee, ze vraagt zich af waar ze de grens moet leggen, welk soort gedraag wel aanvaardbaar is en welk niet. Ze wilt graag met deze jongeren werken, ook deze gasten een ‘thuis’ bieden en ze in de werking van Het Jeugdhuis integreren. Maar ze stelt ook vast dat ze het er erg moeilijk mee heeft zowel het gedrag van de jongens alsook de onverschilligheid van de meisjes er tegenin te gaan.

Noor stel zichzelf de vraag: tot hoever mogen deze gasten hun waarden en normen behouden en mogen ze als culturele minderheid in de werking van Het Jeugdhuis integreren? In hoever moeten ze hen aanpassen en onze waarden en normen in België, in Vlaanderen en in Het Jeugdhuis respecteren om te mogen participeren?

Analyse, reflecties en ideeën om de situatie te verbeteren

In het volgende willen we op basis van de lezingen en ervaringen die we tijdens de Summer school opdeden proberen de situatie te analyseren, beter te begrijpen en aan het eind een aantal ideeën formuleren om de situatie te verbeteren.

De ruimere context of sociologisch gezien

Om de problematiek beter te begrijpen willen we eerst proberen deze vanuit afstand te bekijken en dus in een ruimer context te plaatsen. In België is er een ongelijke verdeling van vluchtelingencentra en in eerder landelijke gebieden zoals De Stad zijn scholen en andere instellingen zoals Het Jeugdhuis niet gewend om met vluchtelingen te werken (Geldof, 2018).

In 2018 hebben twee van de drie kinderen in steden zoals Brussel en Antwerpen een migratieachtergrond. In Vlaamse centrumsteden zoals De Stad is het aandeel minder groot maar ook hier stijgt het aandeel.

Dit fenomeen werd van Steven Vertovec in 2005/2007 beschreven en superdiversiteit benoemd. De vluchtelingen zijn slechts voor een zeer klein deel van de overgang naar superdiversiteit verantwoordelijk, veel belangrijker zijn de door mobiliteit en tijdelijkheid gekenmerkte transmigranten.

Superdiversiteit is een diepgaande demografische en sociale transitie. Diversiteit neemt vooral in stedelijke gebieden toe. Een grote interactie ontstaat tussen meer nationaliteiten, verschillende talen, religieuze overtuigingen, gemeenschappen. Superdiversiteit wordt het 'nieuwe normale'.

Het probleem ligt echter in het feit dat we blijven denken aan diversiteit in termen van 'wij-en-zij' terwijl we eigenlijk op een weg naar een 'en-en'-logica zouden moeten zijn en moeten inzien dat mensen meerdere identiteiten hebben. We moeten herkennen dat we allemaal een afkomst, ras, geboorteland, geloof hebben en niet enkel een nationaliteit.

Als educatieve medewerker in dit context te functioneren vraagt een open, respectvolle en uitnodigende basishouding. We moeten leren zonder angst om te gaan met etnische, culturele of religieuze verschillen en een samenwerking en dialoog ontwikkelen die echte participatie faciliteert.

Superdiversiteit wordt een evidentie en actief pluralisme in de praktijk moet meer vertrouwen op alle partijen genereren. Om dit te realiseren zijn educatieve medewerkers nodig die vaardigheden hebben om een interculturele dialoog aan te gaan en moeten we empowerende en divers-gevoelige vaardigheden ontwikkelen.

We zeggen ze dat moeten integreren, maar we bedoelen assimileren

Berry's Acculturation Model beschrijft dit dynamisch proces waarbij mensen wisselende strategieën gebruiken om voor hun verschillende levensdomeinen te besluiten of ze wel of niet hun eigen cultuur behouden of de nieuwe cultuur willen aannemen met hulp van een matrix (Prof dr. I. Derluyn, persoonlijke communicatie, 2 juli 2018).

In deze matrix beschrijft hij vier mogelijke uitkomsten van dit proces. Het accepteren van de gastcultuur samen met het verwerpen van de thuiscultuur leidt tot assimilatie; het verwerpen van de gastcultuur samen met het verwerpen van de thuiscultuur leidt tot marginalisatie; het verwerpen van de gastcultuur samen met het behouden van de thuiscultuur leidt tot separatie; enkel het accepteren van de gastcultuur samen met het behouden van de thuiscultuur leidt tot integratie.

Figuur 1: bron: shareyouressays.com - The characteristic features of Acculturation - Essay

Vandaag verwachten we als we over integratie spreken meer of minder expliciet een eenzijdige aanpassing: de minderheid moet zich aanpassen aan de meerderheid. Het individu moet veranderen, van hem wordt een eenzijdige aanpassing verwacht. Als deze niet lukt of er problemen optreden zoeken we de oorzaak bij individuele problemen en zorgen zo voor een individuele verantwoordelijkheid. Dit heeft uitsluiting in plaats van opname ten gevolg. We blijven bijvoorbeeld van allochtonen van de 1e, 2e, 3e generatie spreken ook leven deze mensen al in de zoveelste generatie niet meer in het land van hun voorouders (Ghaeminia, 2018).

We verwachten van migranten dat ze besluiten. De dubbele nationaliteit is hier een goed voorbeeld men moet besluiten welke nationaliteit de nieuwe of die van het land van afkomst, de twee is in veel gevallen niet mogelijk.

We moeten begrijpen: integratie is een meerlagige, dynamische proces met contextuele en individuele factoren die in wisselwerking staan.

De rol van educatieve medewerkers ligt daarin om te gaan en individuele wensen, dromen, ambities, capaciteiten met de kansen die onze liberale samenleving biedt samen te brengen. En dit zeker op de gebieden van onderwijs en werk maar ook wat sociale contacten betreft.

Psychologische factoren

Altijd als we met jongeren werken moeten we rekening houden met leeftijdspecifieke ontwikkelingstaken. Bij vluchtelingen moeten we hier bijzonder rekening mee houden dat de veilige ouder-kindrelatie beschadigd kan zijn of het is door omstandigheden tot partentificatie gekomen en jongeren nemen dus de rol van hun ouders op omdat ze deze zelf niet kunnen invullen (Prof dr. P. Meurs, persoonlijke communicatie, 28 juni 2018).

Volgens Erikson’s ontwikkelingspsychologie zijn de relevante ontwikkelingstaken voor jongeren tussen twaalf en 20 jaar het vinden van de eigen identiteit en de bijhorende stoornis is de rollendiffusie; voor jongeren tussen 20 en 30 jaar gaat het over het ontwikkelen van d e eigen intimiteit, de bijhorende stoornis is de isolatie.

Vluchtelingenkinderen groeien dikwijls op in een niet voldoende veilige omgeving die hen in staat stelt deze taken goed te doorwerken. Vaak kan er geen rekening mee gehouden worden met de noden van kinderen zoals een voorspelbare omgeving en continuïteit zodat behoeften uit de kindertijd later in de adolescentie terugkomen.

Als we te maken hebben met jongeren zonder begeleiding moeten we rekening houden met het feit dat ze zonder ouders hier zijn en misschien een mandaat gekregen hebben (jongens bijvoorbeeld om voor hun zus te zorgen), een geheim mee met hen mee dragen of proberen loyaal te blijven met hun ouders of voorouders (Prof dr. I. Derluyn, persoonlijke communicatie, 2 juli 2018).

Mogelijke oplossingen

In de relatie met mensen die als vluchteling naar België kwamen is het belangrijk voor sociale werkers een hechte verbinding op te bouwen, tijd nemen en een betekenis te zoeken in de context (in het verleden en vandaag) en in de samenwerking (hier en daar).

Ook is het zeker goed ons altijd ervan bewust te zijn dat superdiversiteit een feit is en in de toekomst een nog grotere uitdaging wordt als vandaag. Het is daarom van groot belang nu al de vaardigheden te ontwikkelen om daarmee om te gaan. Sociale werkers hebben hier een belangrijke rol te vervullen.

Den derde moeten we duidelijk zijn: integratie is een meerlagig, dynamisch proces met contextuele en individuele factoren die in wisselwerking staan. De uitdaging is deze actief vorm te geven en empowerend samen te werken.

Een heel concrete piste om rond de concrete vraag van Noor te werken wees Katja Fournier (Minors in Exile Platform) aan ons met Trenziria, een gespreksmethodiek die bedoeld is om op een gestructureerde en veilige manier met groepen te reflecteren over cultuur en migratie en de effecten hiervan op identiteit en omgangsvormen tussen mensen (Démos vzw, 2018).

Rabbi Tarfon leerde: "Het is niet jouw verantwoordelijkheid om het werk af te maken [van het perfectioneren van de wereld], maar je bent ook niet vrij om ervan af te zien". 

Literatuurlijst

  • Démos vzw. Démos voor participatie & democratie. Geraadpleegd op 31. augustus 2018 von https://demos.be/blog/trenziria-nieuwe-gespreksmethodiek-over-migratie-cultuur-en-identiteit

  • Geldof, D. (2018). Refugees & the transition towards superdiversity & increasing transmigration [Powerpoint slides]. Schaarbeek, België.

  • Ghaeminia, S. (2018). ‘Integration’ of refugee children and families in society [Powerpoint slides]. Schaarbeek, België.

Comments

Popular posts from this blog

Par rapport à la procédure de sélection

Chers amis,

Après avoir postulé pour le poste de coordinateur j’ai fait partie de la première sélection et j’ai été invité aux examens qui ont eu lieu le samedie dernier.

J’ai essayé de vous contacter avant cette date pour connaître l’orientation de cette recherche et surtout la forme du « test écrit » ceci afin de nous épargner du temps à vous ainsi qu’à moi-même. Mais malheureusement je ne pas eu l’opportunité de vous parler.

Après ce simple « Nous t’informons que tu n’as pas été sélectionné » de votre part suite à ce test, je souhaite partager avec vous quelques réflexions et sentiments par rapport à cette procédure de sélection.
Un test écrit à la main comme moyen de sélection Personnellement, je suis dyslexique, un trouble d'apprentissage, d’automatisation. J’en ai la connaissance depuis le 16 janvier 2015. Pourquoi ne pas vous en avoir parlé avant ? Sans doute parce que je suis encore dans un processus de prise de conscience. A l’époque, j’ai quitté l’école avec un baccalau…

De manager van de 21ste eeuw is een vrouw

Voor huidige bedrijven zijn een aantal managementcompetenties cruciaal om verwachte en toekomstige uitdagingen tegenaan te gaan. Om bedrijven voor de toekomst klaar te stomen zijn leiderschapseigenschappen zoals ‘intellectuele aanmoediging’ of ‘participatieve besluitvorming’, die meer door vrouwen toegepast worden, nodig om creativiteit en innovatie te ontwikkelen (McKinsey & Company, 2008, pp. 9-14).

Maar niet alleen voor bedrijven en puur economische doeleinden zijn vrouwelijke verantwoordelijken van uiterste belang. Ook in alle soorten organisaties, van gezinnen tot NGO’s spelen vrouwen een belangrijke rol en draagt hun vrouwelijke aanpak bij tot de ontwikkeling van de organisatie zelf, het welbevinden van alle actoren en het algemene werkklimaat. Vrouwen worden vandaag grotendeels uitgesloten van posities van macht en invloed. In deze integratietekst zullen we uitgebreid bespreken hoe een gelijkwaardige participatie van vrouwen voor vooruitgang zou kunnen zorgen.
De manager va…