Skip to main content

Tijd als bedding voor liefde in de partnerrelatie

De ontwikkeling van liefde in een hechte partnerrelatie is in onze tijd een grote uitdaging. Uit onderzoek van het Centrum voor Bevolkings- & Gezinsstudies blijkt dat er in de periode 1998-2000 zes echtscheidingen op 10 huwelijken waren. Ondertussen evolueerden wij naar drie op vier! De toename betreft zowel kortgehuwde paren alsook zij die reeds 20 jaar en meer gehuwd waren. Gemiddeld zijn de koppels die scheiden 12 jaar gehuwd (Baeten, 2017-2018, p. 30).

Voor ons project onder begeleiding van Dr. Joris Dewispelaere ‘Tijd en Kunst in partnerrelaties’ willen we onderzoeken wat succesvolle koppels doen om hun liefde levendig te houden, hoe tijd daarbij een rol speelt en hoe ze deze beleven. De vragen die wie stellen zijn: Hoe beleven mensen ‘tijd’ (snelheid en verloop van tijd) en ‘tijd voor elkaar’ in hun partnerrelatie? En, hoe voeden ze hun liefde in de partnerrelatie?

In deze integratietekst willen we de basis voor ons theoriegestuurd, kwalitatief onderzoek leggen, dit wil zeggen eerst en vooral uitklaren wat we met de centrale begrippen ‘liefde’ en ‘tijd’ bedoelen.

Liefhebben is een kunst

Wat zijn de struikelblokken die verhinderen dat we meer duurzame liefdesrelaties ontwikkelen? Eerst en vooral is het belangrijk dat we moeite moeten doen voor de liefde, liefde komt niet vanzelf.

Ook is het fout te denken dat echte liefde afhankelijk is van het liefdesobject, van de persoon, dat we enkel de juiste partner moeten vinden en de rest gebeurt dan wel vanzelf. Fout, liefde is een vaardigheid en vraagt inzet en moeite.

De derde belangrijke misvatting die we dikwijls tegenkomen is het verwarren van de (tijdelijke) eerste verliefdheid van een prille relatie met de permanente toestand die de echte liefde voor een volwassen koppel kan worden.

Daarnaast is het belangrijk te beseffen dat liefhebben, in staat zijn tot liefde en bemind te worden, niet hetzelfde is. We gebruiken tamelijk veel strategieën om aantrekkelijk voor anderen te zijn. We investeren tijd en geld in ons uiterlijk, proberen mooi en attractief te zijn, werken aan een carrière en proberen zo succesvol als mogelijk te zijn en belangrijke functies te bekleden. Maar we investeren niet evenveel in het noodzakelijke leerproces om te leren echt lief te hebben (Fromm, 1956/2015, pp. 11-15).

Om groot vakmanschap in de kunst van de liefde te ontwikkelen moet we zoals voor elk vakmanschap in gelijk welke kunst een leerproces doorlopen. Dit proces bevat twee belangrijke onderdelen, de theorie en de praktijk. Bovenop moeten we de ervaringen uit deze twee met mekaar fusioneren om tot echte intuïtie te geraken. Misschien nog belangrijker, onze kunst en het groot vakmanschap daarin moet het meeste belang voor ons hebben (Fromm, 1956/2015, p. 19).

Rijpe liefde, antwoord op het probleem van het mens-zijn

Met zijn geboorte wordt de mens afgescheiden van de moeder en zijn heel leven lang zal de mensen verbinding tot andere mensen en vereniging blijven zoeken. ‘We zijn biologische voorprogrammeerd anderen als de belangrijkste objecten van de wereld te beleven’ schrijft Mihaly Csikszentmihalyi in zijn boek over flow (Csikszentmihalyi, 1992/2017, p. 306).

Het enige tevredenstellend antwoord op deze vraag van het menselijke bestaan is de vereniging met een ander mens in de liefde. In deze liefde vindt de volwassen mens antwoord op de vraag van de menselijke existentie.

Deze rijpe liefde is een actieve kracht in de mens die hem met de geliefde verenigt en hij daarmee de gescheidenheid overwint maar de eigen integriteit en individualiteit behoudt. Of, met de woorden van Erich Fromm: ‘In de liefde komt het tot de paradox dat twee wezens één worden en toch twee blijven.’ (Fromm, 1956/2015, p. 49).

Spinoza deelt de affecten die ons tot handelen aanzetten in in ‘actiones’ en ‘passiones’. Liefde is volgens hem een actio, een vanuit positief affect gestelde menselijke activiteit die enkel in vrijheid en zonder dwang mogelijk is. Ze is een uitdrukking van groot vermogen, eerst en vooral een geven en niet een ontvangen. Dit maakt ook het productieve karakter van de liefde uit: door het geven, het cadeau doen, beleven we vreugde, voelen we dat we leven. ‘Liefde is een macht die liefde verwekt.’ schrijft Fromm (Fromm, 1956/2015, p. 56).

Vier basiselementen van liefde

Het actieve karakter van liefde onderstreept ook de vier basiselementen die liefde altijd bevat: zorg, verantwoordelijkheidsgevoel, respect/achting van de andere en erkenning.

Als we liefhebben dragen we zorg voor het leven en de groei van hetgeen waarvan we houden. Hier moet opnieuw het actieve karakter van de liefde onderstreept worden: men moeit zich, men is bekommerd met het welzijn van het liefdesobject.

Bij de rijpe liefde hebben we een groot verantwoordelijkheidsgevoel voor het psychische welzijn van de ander, van onze partner. De noden en behoeften van de partner zijn voor ons even belangrijk als ons eigen welzijn. En in extensie voelen we ons voor onze medemens in het algemeen even verantwoordelijk als voor onszelf.

Het derde element is de achting voor de andere, voor wie hij/zij is, zijn/haar gehele persoonlijkheid. We tonen dan echt interesse in de ontwikkeling en groeimogelijkheden van de naaste. Met het laatste element is de cirkel rond. Door de daad van het liefhebben herkennen we onszelf in de andere. Maar niet enkel onszelf maar ook ons allebei én ontdekken we de mens op zich (Fromm, 1956/2015, pp. 61-68).

Deze vier elementen vormen samen de ingesteldheid, die naar voren komt bij de rijpe mens, die zijn productieve krachten ontwikkeld heeft en die enkel nog hetgeen wil hebben wat hij zelf verworpen heeft (Fromm, 1956/2015, p. 72).

Verschillende soorten liefde

Erich Fromm beschrijft in zijn standaardwerk ‘Liefhebben een kunst, een kunde’ uitgebreid de liefde tot verschillende ‘objecten’: de naastenliefde, de moederliefde, de erotische liefde, de zelfliefde en de godsliefde. In het volgende gaan we enkel in op de voor partnerrelaties relevante elementen van deze verschillende soorten.

Liefde is in de eerste plaats een karaktertrek of een houding die zich uit in de betrokkenheid bij de wereld en niet met een enkel persoon, met een liefdesobject. Daarom is ook de naastenliefde de belangrijkste soort, die de basis voor alle andere soorten vormt. Naastenliefde bevat de ervaring van solidariteit en het feit dat naast de menselijke identiteit, de kern van het mens-zijn de verschillen tussen mensen belangeloos worden.

Dit wil zeggen dat dat we gelijkwaardig maar niet gelijk zijn! Als mensen zijn we op anderen aangewezen maar niet afhankelijk. We hebben de andere tijdelijk en wederzijds nodig (Fromm, 1956/2015, pp. 96-98).

Zoals de naastenliefde is ook de erotische liefde een liefde tussen gelijken. De erotische liefde is het verlangen naar volledige vereniging met de andere. Exclusief is deze liefde omdat een volledige, erotische binding enkel met één ander mogelijk is. Tegelijk hebben we in de andere alle mensen, de hele mensheid lief. Paradoxaal genoeg is de basis voor de erotische liefde de heel individuele aantrekking tussen twéé personen én een wilsdaad, een oordeel en een belofte (Fromm, 1956/2015, pp. 107-114).

Zelfliefde is niet te verwisselen met narcisme, ze is niet egoïstisch maar deel van ons vermogen om te beminnen. Liefde is niet deelbaar, we zijn niet in staat van anderen te houden als we niet van onszelf houden. De instemming van het leven, geluk, de vrijheid en groei bevat ook ons vermogen tot liefde. Dit wil zeggen dat als we in staat zijn lief te hebben we ook van ons zelf houden (Fromm, 1956/2015, pp. 119-121).

Moeder- en vaderliefde

Anders dan de naastenliefde en de erotische liefde is de moederliefde een ongelijke relatie. Het kind heeft hulp nodig, de moeder geeft deze. Ook is de moederliefde passief, men moet er niets voor doen maar men kan er ook niets voor doen of deze controleren. Voor het leven van het kind betekent deze liefde aan de ene kant zorg en verantwoordelijkheid, die allebei zeer noodzakelijk zijn. Aan de andere kant geeft deze toestemming aan het leven het kind ook een positief zelfgevoel: het is goed op deze wereld te zijn.

De vaderliefde is anders, deze liefde moet verdiend worden, men kan deze verliezen maar ze ligt ook in onze macht, we kunnen er iets voor doen. De vaderliefde voert ons in de wereld van de mens met al zijn regels en avonturen (Fromm, 1956/2015, pp. 83-88).

Als we hier van de liefde van een moeder of van een vader spreken dan bedoelen we ‘ideaaltypes’. Deze liefde heeft betrekking op het moederlijke en het vaderlijke principe en niet noodzakelijk op het geslacht van de persoon. In deze zin integreert de rijpe mens deze beiden principes in vorm van een moederlijk en vaderlijk geweten. Hij wordt als het ware zijn eigen vader én zijn eigen moeder ookal blijken deze soorten liefde elkaar tegen te spreken (Fromm, 1956/2015, p. 90).

De vereniging van de mannelijke en vrouwelijke pool

Deze integratie is nog van veel groter belang. Zoals eerder al aangehaald is het probleem van het mens-zijn het afgescheiden zijn en de zoektocht naar vereniging. Dit heeft niet enkel betrekking op het koppel en de erotische liefde maar ook in elke persoon, in elk individu bestaat deze spanning en deze behoefte naar vereniging.

Man en vrouw dragen allebei het vrouwelijke én het mannelijke principe in zich en vinden bijgevolg echte eenheid enkel in de integratie van deze polariteit. De twee principes zijn bovendien zowel in de seksualiteit als in het karakter te vinden: het indringen en het ontvangen, de activiteit en het geduld, de lust aan het avontuur en de moederlijkheid (Fromm, 1956/2015, pp. 73-78).

Hierbij vormt de gelijkberechtiging van man en vrouw zoals ze vandaag dikwijls geïnterpreteerd wordt een probleem. Mannen en vrouwen worden gelijk en zijn geen gelijkberechtigde, tegenovergestelde polen meer. Vrouwen en mannen worden gelijkgesteld, zijn niet meer te onderscheiden. Maar juist de distinctie, de polariteit van de geslachten, vormt de basis voor de erotische liefde (Fromm, 1956/2015, p. 38).

De praktijk van de liefde

Als we de praktijk van de liefde bekijken kunnen we er niet omheen vast te stellen dat we een aantal kwaliteiten nodig hebben om in deze kunst succesvol te zijn of te worden. Omdat zoals eerder al beschreven de liefde een kunst is, zijn dit eerst en vooral de kwaliteiten die noodzakelijk zijn om een goed kunstenaar te zijn.

Ten eerste eist de uitoefening van kunst discipline van ons. Discipline begrijpen we hier positief. Dit wil zeggen als uitdrukking van onze wens en niet als een van buitenaf opgelegde verplichting. Als we discipline op die manier beleven, ervaren we deze als aangenaam. We moeten in ons hele leven discipline oefenen om een goede kunstenaar te worden.

Als we groot vakmanschap in de kunst willen ontwikkelen moeten we een goede concentratie ontwikkelen. We moeten leren alleen met onszelf te zijn en zonder afleiding. Zich concentreren wil zeggen: geheel in het heden, hier en nu, te leven en niet permanent aan de toekomst of het verleden te denken. Als we echt geconcentreerd zijn hebben we enkel de laatste dertig seconden en misschien de volgende vijf minuten in ons geheugen. Alle activiteiten waarop we ons echt moeten concentreren hebben zo een korte tijdsperspectief (Csikszentmihalyi, 1992/2017, p. 115).

Een derde premisse is het geduld. Iedereen weet dat men voor kunst geduld moet hebben. Als men snel resultaten verwacht geraakt men er nooit. De moderne mens is permanent bang tijd te verliezen als hij niet alles snel doet. Geduld is zoals het letterlijke vallen en opstaan van een kind dat leert te stappen. ‘Het valt immer en immer weer en probeert het toch altijd opnieuw tot het op een dag geleerd heeft te stappen.’ schrijft Fromm (Fromm, 1956/2015, p. 245).

Bovenop moeten we het grootste belang aan onze kunst hechten anders gaan we nooit een groot vakmanschap ontwikkelen (Fromm, 1956/2015, pp. 236-245).

Naast deze voor elke kunst onontbeerlijke bekwaamheden zijn een aantal capaciteiten specifiek voor de kunst van het liefhebben.

Bekwaamheden om groot vakmanschap in de liefde te ontwikkelen

Om achting voor de andere te kunnen hebben is het essentieel de andere te kunnen zien zoals die werkelijk is, dus objectief. Objectiviteit of het vermogen een beeld van de andere te scheppen, los van de eigen wensen en angsten, is dus nodig voor de liefde.

Daarvoor is redelijkheid, en de houding die daarvoor de basis vormt namelijk nederigheid, nodig. We moeten proberen zo weinig mogelijk narcist te zijn en afstand te nemen van onze kinderdromen, ons hele leven naar objectiviteit en nederigheid te oriënteren.

Ons vermogen tot liefde hangt af van onze bekwaamheid een productieve relatie met de wereld te ontwikkelen en volwassen te worden. Nodig voor deze psychologische geboorte en ontwikkeling is het rationele geloof. Dit geloof aan de capaciteit tot liefde en liefde op te wekken, ontwikkelen we omdat we deze zelf beleefd hebben. ‘De basis van het rationele geloof is de productiviteit. Te leven vanuit het geloof betekent productief te leven.’ zo schrijft het Fromm (Fromm, 1956/2015, p. 263).

Geloof vergt moed, moed om risico’s te nemen. Lief hebben eist moed, bereidwilligheid en eventueel aanvaarding van pijn en ontgoocheling. Maar we moeten deze risico’s nemen omdat de liefde ons onvoorwaardelijk aangaat.

De basis van het liefhebben is een uit-zichzelf-bezigheid die de eigen krachten productief gebruikt. In de liefde zijn we permanent met de geliefde andere bezig én met het leven. Liefde vergt een houding van grote waakzaamheid, we zijn letterlijk in actie (Fromm, 1956/2015, pp. 248-268).

Hedendaagse belemmeringen van de liefde

‘De moderne mens is van zichzelf, zijn medemensen en de natuur ontvreemd’. We leven in een maatschappij waarin we permanent moeten functioneren en het kostuum van groot belang is.

In dit systeem is het onmogelijk echt vrij te zijn, we leven dan ook met een permanent gevoel van onzekerheid en zijn bang. Deze negatieve gevoelens proberen we te ontkomen door ons conformistisch te gedragen en ons niet te onderscheiden van onze medemensen. Een echte relatie van persoonskern naar persoonskern, zoals het een echte relatie eist, is juist het tegenovergestelde (Fromm, 1956/2015, pp. 187-189).

Erich Fromm besluit zijn boek ‘Liefhebben een kunst, een kunde’ met de vaststelling: ‚[…] het principe van het kapitalisme is met het principe van de liefde onverenigbaar […]’, maar blijft tegelijk geloven in de mogelijkheden van de liefde als een individueel én maatschappelijk fenomeen (Fromm, 1956/2015, p. 273).

Ook Csikszentmihalyi ziet de omstandigheden voor mensen om gelukkig te zijn eerder slecht: ‘[…] het universum werd niet voortgebracht omdat de mensen zich zouden op hun gemak voelen. Het is bijna mateloos groot, voornamelijk vijandig, leeg en koud.’ (Csikszentmihalyi, 1992/2017, p. 26) en toch blijft hij voor het geluk van de mensen ageren.

Liefde, een autotelische ervaring?

Mihaly Csikszentmihalyi beschrijf in zijn boek ‘FLOW – The Psychology of Optimal Experience’ geluk als toestand waarvoor men klaar moet zijn en die iedereen individueel moet cultiveren (Csikszentmihalyi, 1992/2017, p. 15).

Voor Fromm is liefde een kunst waarvoor we moeten werken. Csikszentmihalyi beschrijft algemeen hoe we door ons handelen, door onze bezigheden gelukkig kunnen worden en wat we ervoor moeten doen. In deze zin is liefde een autotelische ervaring.

Het begrip autotelisch is afgeleid van de Griekse woorden ‘autos’ met de betekenis ‘zelf’ en ‘telos’ wat ‘doel’ betekent. Een autotelische ervaring is een activiteit die ons uitermate boeit en die omwille van zichzelf gebeurt omdat ze de moeite waard is. We hebben dus tijdens haar uitoefening geen andere doelen (ookal zijn we deze met een bepaalde motivatie begonnen) en beleven pure vreugde. Als een ervaring zo intrinsiek winstgevend is leven we in het hier en nu.

De autotelische ervaring, de flow, brengt het leven op een hoger niveau: ontvreemding wordt engagement, verveling wordt vreugde, uit hulpeloosheid wordt controle. De psychische energie versterkt het zelf (Csikszentmihalyi, 1992/2017, pp. 131-134).

Gemeenschappelijk aan alle flow-activiteiten is het gevoel van ontdekking, van creativiteit. Men wordt in een andere realiteit verplaatst, ons ‘zelf’ verandert en wordt complexer. De concentratie is zo intensief dat zelfs het zelfgevoel verdwijnt en de tijdsbeleving verandert (Csikszentmihalyi, 1992/2017, pp. 138-143).

Meest vergaat de tijd veel sneller, uren worden als minuten beleeft. Soms gebeurt ook het tegendeel: minuten kunnen tot uren worden. Gemeenschappelijk aan alle flow-activiteiten is dat het gevoel voor het tijdsverloop veranderd is. Deze bevrijding van de tirannie van de tijd heeft een groot aandeel in het geluksgevoel van flow-activiteiten (Csikszentmihalyi, 1992/2017, pp. 129-130).

Belangrijke elementen om flow in relaties te beleven

In relaties is het belangrijk de attentie te heroriënteren, de doelstellingen te herdefiniëren. We moeten de met een relatie gepaard gaande beperkingen accepteren en bijvoorbeeld onze plannen met elkaar coördineren. Ook is het belangrijk tot een bepaalde extensie met vergelijkbare emoties op bepaalde prikkels te reageren. Een verandering van onze doelstellingen brengt in een bepaalde zin ook een verandering van het ‘zelf’ teweeg (Csikszentmihalyi, 1992/2017, pp. 331-332).

Het accepteren van de beperking en de vastlegging die met een relatie inherent is, is gelijktijdig een bevrijding. We worden vrij van de permanente druk of we al dan niet de juiste keuze gemaakt hebben. We kunnen ermee stoppen ons af te vragen of het gras aan de andere kant van de omheining groener is. Bijgevolg komt psychische energie vrij die we positiever kunnen gebruiken (Csikszentmihalyi, 1992/2017, p. 335).

Om flow te doen plaatsvinden in een (partner-)relatie zijn positieve, gemeenschappelijke doelen nodig. We moeten zowel op korte alsook op lange termijn gemeenschappelijke doelstellingen formuleren. Deze doeleinden helpen ons onze psychische energie op gemeenschappelijke taken te richten. Om interactie tussen de partners te stimuleren moeten we de verschillende doelstellingen zowel differentiëren als integreren.

Differentiëring betekent dat elk individu, elke partner zijn of haar doelstelling nastreeft en zo zijn of haar individualiteit en competenties verder ontwikkelt. Integratie daarentegen garandeert dat individuele doeleinden ook altijd de partner beïnvloeden. Dit wil zeggen dat de doelen van de partner grote belangstelling genieten. Gemeenschappelijke doelen reflecteren dus in grote mate onze individuele doelen (Csikszentmihalyi, 1992/2017, p. 337).

De relatie vergt van ons aandacht, we moeten onze attentie op de complexiteit van de partner richten en trachten hem of haar beter te leren kennen. Dit diepere leren kennen van de partner eist concentratie, aandacht, openheid en empathie. In een partnerrelatie is de partner tegelijk de beste vriend.

Zonder twijfels zijn grote investeringen van energie en tijd noodzakelijk. Het resultaat, een gelukkige relatie, maakt deze inzet waardig (Csikszentmihalyi, 1992/2017, pp. 340, 351-352).

De tijd in relaties

Het is duidelijk dat de tijd een belangrijke factor voor de ontwikkeling van partnerrelaties vormt. Voor het leerproces zoals Fromm hem beschrijft is tijd nodig. Maar hoe definiëren we tijd? Wat is tijd? Van waar komt tijd?

In de Griekse mythologie bestonden er twee Goden voor de tijd. Enerzijds ‘Kairós’ die de mensen helpt de gelegenheid aan te grijpen als ze er is. Hij helpt het tijdvenster om iets te doen te herkennen en zo in staat te zijn dingen te doen zoals deze gedaan moeten worden, op het juiste moment.

Anderzijds is er ‘Chronos’ zoals ons gekend in ‘Chronometer’. In de mythologie vreet hij zijn kinderen en vernietigt zo wat hij mogelijk gemaakt heeft. Dit is de tijd die vergaat. Een beeld voor de vergankelijkheid van alles (Dellbrügger, 2016, pp. 8-9).

Het hier en nu

Het derde belangrijke element dat we moeten bespreken als het over tijd gaat is de tegenwoordige tijd. In het amazonegebied leeft een inheemse stam die geen woorden voor het verleden noch voor de toekomst heeft. Alles is tegenwoordige tijd, tegenwoordige tijd is alles. Enkel de loop van de zon geeft de dag een orde (Dellbrügger, 2016, p. 9).

Ook jonge kinderen hebben nog geen begrip van tijd. Kinderen leven, en tijd en leven zijn een. Pas later komt de klok in plaats van de reële tijd (Dellbrügger, 2016, p. 84). Een volwassene mens beleeft een periode van ongeveer drie seconden als de tegenwoordige tijd. We hebben onze tijdmeeting immer verder verfijnd: zestig minuten, zestig seconden, honderdste seconden, etc. Vandaag moeten we ons afvragen: waar blijft de tegenwoordige tijd (Dellbrügger, 2016, p. 11)?

Michael Ende’s Momo is een mooi beeld voor wat we nodig hebben, we moeten ons bezinnen over het essentiële, we moeten de tijd als het hoogste levensgoed herontdekken. Zoals het straatkind Momo: ze laat zich niet aan de dwang van de tijd onderwerpen. ‘Wie heerser over de tijd is, is ook meester over zijn leven!’ (Dellbrügger, 2016, pp. 72-74).

Enkel als we in het hier en nu leven kunnen we een getuige van de tijd worden. Dit houdt in dat we echt wakker moeten zijn, ons in de tegenwoordige tijd stellen. Enkel dan kunnen we achteraf ook pas echt getuige zijn, bijvoorbeeld voor een rechtbank (Dellbrügger, 2016, pp. 45-48).

Pauzes om te onthaasten

We moeten ons leven onthaasten, bewust terug pauzes invoeren. Van oudsher spelen pauzes een belangrijke rol in het leven van mensen. Pas de technologische ontwikkeling heeft het mogelijk gemaakt deze te ‘sparen’. Zo vormt de dood in christelijke traditie een belangrijke pauze of is de nacht de pauze tussen twee dagen.

Oude culturen gaven soms als ze veel tijd gebruikt hadden tijd terug in hun ritussen, offer en stilte als basis voor de nieuw begin achteraf. De mensen hebben dit soort pauzes nodig op ons geheel potentiaal te ontwikkelen. We ontplooien enkel in periodes van vrije tijd (Dellbrügger, 2016, pp. 84-85).

Thomas Mann heeft het belang van de sabbat in de joodse traditie beschreven. Hij schrijft: ‘dat aan deze dag de mens enkel mens is, werkelijk mens, dit wil zeggen menselijk is.’ De sabbat is dus een pauze om het mens-zijn te vieren. Als ‘time is money’ in onze tijd bijna realiteit wordt is dit mens-zijn bedreigd (Dellbrügger, 2016, pp. 18-26).

Pauzes zijn belangrijk om onze batterij terug op te laden, als energiegever. Frederick Taylor (1856 – 1915) die als uitvinder van het ‘Taylorism’ gekend werd stelde door zijn studies vast dat een staalarbeider die langer rustte (34 minuten/uur) nadien bijna vier keer productiever werd dan zijn collega’s. Deze economische vaststelling onderstreept dat pauzes geen tijdsverlies zijn (Dellbrügger, 2016, p. 30).

En ander type pauze is de richtingspauze, we houden even op om te zien of de richting nog juist is of niet.

In onze maatschappij gebeurt juist het tegenovergestelde, we sparen tijd, we winnen tijd en hebben telkens minder tijd. Ook uitdrukkingen zoals ‘de tijd doden’ of ‘de tijd verdrijven’ tonen onze negatieve relatie met de tijd aan. Met het verdwijnen van de tijd in steeds kleinere eenheden is ook de mens als zelfstandig en vrij wezen bedreigd (Dellbrügger, 2016, p. 53).

Besluit

Dit vooronderzoek bevestigt de relevantie van de onderzoeksopstelling naar de samenhang tussen tijd en liefde in partnerrelaties.

Met Fromm kunnen we stellen: liefde is een vaardigheid en vraagt inzet en moeite. Het actieve karakter van liefde, het eerst en vooral geven en niet het ontvangen en de paradox door deze handeling onze eigen persoonlijkheid en individualiteit te ontwikkelen vraagt verder onderzoek. Hoe gaan mensen in partnerrelaties met dit gegeven om? Wat en hoe geven ze aan hun partner en wat ontvangen ze ‘bijgevolg’ en onverwacht? En, wat betekent dit voor het omgaan met tijd?

Ook de paradox van de erotische liefde, de individuele aantrekking tussen twéé personen en daartegenover de cognitieve keuze, de wilsdaad, het oordeel en de belofte die het fundament voor een succesvolle relatie vormen kan in de praxis verder onderzocht worden.

De distinctie van man en vrouw, de polariteit van de geslachten en de integratie van deze twee principes in elke persoon en het koppel, is een basis voor interessante vraagstukken: hoe gebeurt het wederzijdse ‘ontvangen’ en het ‘indringen’? Hoe verwekken deze nieuwe creativiteit?

De vaststelling hoe belangrijk het differentiëren en integreren van doelstellingen in een relatie zijn doet de volgende vragen rijzen: hoe brengen we in een relatie individuele doelstellingen samen en hoe verzekeren we dat het resultaat meer dan de som van deze is?

Zoals eerder aangehaald speelt tijd een belangrijke rol voor de ontwikkeling van relaties en is onze maatschappij en de gehanteerde normen en waarden weinig bevorderlijk voor duurzame relaties. Vragen die we kunnen stellen zijn: welke pauzes lossen koppels in om hun baterijen terug op te laden en hun relatie te heroriënteren? Hoe gebruiken we tijd om onze relatie levendig te houden?

Ook de veranderde perceptie van tijd in flow-activiteiten kan verder en specifiek in partnerrelaties onderzocht worden: hoe beleven we tijd in een relatie? Wanneer vergaat tijd snel, wanneer traag?



Biografie

  • Baeten, K. (2017-2018). Psychodynamiek van de Partner- en Gezinsrelatie. Schaarbeek: HIG - odisee.

  • Csikszentmihalyi, M. (1992/2017). Flow, Das Geheimnis des Glücks (Zweite Auflage). [EPub], Stuttgart: J. G. Cotta’sche Buchhandlung Nachfolger GmbH, gegr. 1659.

  • Dellbrügger, G. (2016). Aktieve Pause, Plädoyer für einen neuen Zeitbegriff. [EPub], Stuttgart: Verlag Freies Geistesleben & Urachhaus GmbH.

  • Fromm, E. (1956/2015). Die Kunst des Liebens. [EPub], München: Edition Erich Fromm - Open Publishing Rights GmbH.

Comments

Popular posts from this blog

Refugee Children and Families in Europe: Integration vs. Inclusion

De humanitaire crisis, als het over de vraag gaat de (oorlogs-)vluchtelingen op te nemen en te helpen, is misschien de grootse uitdaging voor onze (westerse) maatschappijen aan het begin van dit 21ste eeuw. De vraag is veel ruimer dan wel of niet in staat zijn deze (mede-) mensen in hun ellende bij te staan en hen een onderdak te bieden.

Onze westerse democratieën moeten de vraag beantwoorden of wij nog tot de principes die ons fundament vormen willen staan, of de mensenrechten zoals in de ‘Universele Verklaring van de Rechten van de Mens’ van 10 december 1948 nog van toepassing zijn en hoe deze in de praktijk vorm krijgen. Of, om het met de woorden van Hans Van Crombrugge te zeggen: “The question: How to deal with the universal rights of (wo)men? is not the same as the question: How to do justice to the fundamental needs of (wo)men?.”

Par rapport à la procédure de sélection

Chers amis,

Après avoir postulé pour le poste de coordinateur j’ai fait partie de la première sélection et j’ai été invité aux examens qui ont eu lieu le samedie dernier.

J’ai essayé de vous contacter avant cette date pour connaître l’orientation de cette recherche et surtout la forme du « test écrit » ceci afin de nous épargner du temps à vous ainsi qu’à moi-même. Mais malheureusement je ne pas eu l’opportunité de vous parler.

Après ce simple « Nous t’informons que tu n’as pas été sélectionné » de votre part suite à ce test, je souhaite partager avec vous quelques réflexions et sentiments par rapport à cette procédure de sélection.
Un test écrit à la main comme moyen de sélection Personnellement, je suis dyslexique, un trouble d'apprentissage, d’automatisation. J’en ai la connaissance depuis le 16 janvier 2015. Pourquoi ne pas vous en avoir parlé avant ? Sans doute parce que je suis encore dans un processus de prise de conscience. A l’époque, j’ai quitté l’école avec un baccalau…

De manager van de 21ste eeuw is een vrouw

Voor huidige bedrijven zijn een aantal managementcompetenties cruciaal om verwachte en toekomstige uitdagingen tegenaan te gaan. Om bedrijven voor de toekomst klaar te stomen zijn leiderschapseigenschappen zoals ‘intellectuele aanmoediging’ of ‘participatieve besluitvorming’, die meer door vrouwen toegepast worden, nodig om creativiteit en innovatie te ontwikkelen (McKinsey & Company, 2008, pp. 9-14).

Maar niet alleen voor bedrijven en puur economische doeleinden zijn vrouwelijke verantwoordelijken van uiterste belang. Ook in alle soorten organisaties, van gezinnen tot NGO’s spelen vrouwen een belangrijke rol en draagt hun vrouwelijke aanpak bij tot de ontwikkeling van de organisatie zelf, het welbevinden van alle actoren en het algemene werkklimaat. Vrouwen worden vandaag grotendeels uitgesloten van posities van macht en invloed. In deze integratietekst zullen we uitgebreid bespreken hoe een gelijkwaardige participatie van vrouwen voor vooruitgang zou kunnen zorgen.
De manager va…